Boekje lezen
- Elske-Marije

- 13 jun 2018
- 2 minuten om te lezen
Met zijn eigenwijs wiebelende luiergatje en zijn karakteristieke peuterdribbelloopje kleppert hij op zijn sandalen de tuin in.
Hij heeft een boekje gevonden en het kleine jong is DOL op boekjes.
Plan A was: mama vragen om samen te lezen, maar aangezien ik vanmorgen al twee boekjes drie keer herhaald heb (‘Nog een keeeer!’), is nu eerst het uitruimen van de vaatwasser aan de beurt.
Vanuit het hoekje van de keuken heb ik door het open raam prima zicht op het scharrelende jongetje dat in de tuin nu Plan B ontdekt heeft. De Poes.
Onze Poes is een lief maar eigenzinnig beest. Een knorrig opa’tje dat het ene moment niet bij je weg te slaan is en even later chagrijnig iedereen op afstand houdt. Momenteel is hij bezig met het Hoogste Der Kattenbezigheden: slapen. Op de warme tuintegels heeft hij zichzelf zo neergevlijd dat hij maximaal profiteren kan van de zonnestralen.
Het jongetje heeft, in al zijn enthousiasme, de ernst van deze zaak niet begrepen. Hij laat zich pal voor Poes op zijn hurken zakken, laat zijn vondst zien en vraagt, al ja-knikkend, met zijn liefste stemmetje: ‘Wil je met mij een boekje lezen? Je mag wel op schoot.’
Oh, smelt. Het zal wel zijn omdat ik zijn moeder ben, omdat ik biologisch voorgeprogrammeerd ben om gevoelig te zijn voor zijn charmes en zijn enorme blauwe ogen, maar ik vind dit zó onweerstaanbaar!
Poes is duidelijk minder onder de indruk. Nogal verstoord opent hij één oog om een afkeurende blik te werpen op het mensenkind dat in zijn zonlicht staat. De kleine charmeur trekt zich er niks van aan. Overtuigd van zijn goede idee nestelt hij zich naast zijn nieuwe beste vriend. Hij babbelt wat over de plaatjes in het boek en probeert het hoofd van Poes bij te draaien, zodat hij het beter kan zien.

Dan wordt het Poes teveel. Hij veert overeind en springt op het tuinbankje, alert en klaar om te vluchten als het nodig is.
Jongetje heeft de hint (nog steeds) niet begrepen. Ook hij begeeft zich naar het bankje.
‘Kijk Poes, een vis! Jij lust toch ook vis?’
IJzersterk argument, vind ik, maar Poes laat zich er niet door overtuigen. Het beest verdwijnt over de schutting naar de buren, een beteuterd jongetje achterlatend.
‘Poes! POES! Kom terug! Het boekje is nog niet uit!’
De teleurstelling is zo groot dat een onbedaarlijke huilbui volgt.
Arm kuiken. Het was een prachtidee, dat vind ik ook. Ik trek mijn verdrietige moppie op schoot en neem het boekje van hem over. Stiekem ben ik blij met dit heerlijke excuus om de vaatwasser nog even te laten wachten.
Poes weet niet wat hij mist!



Opmerkingen