top of page

blogs

Zoeken

Flink

  • Foto van schrijver: Elske-Marije
    Elske-Marije
  • 10 sep 2019
  • 3 minuten om te lezen

Hij is er niet het type naar om zich achter mijn been te verschuilen, maar nu pakt hij toch een beetje bedremmeld mijn hand beet. Het ligt niet aan de kinderarts, hoor. Die is heel vriendelijk. Hij stelt zich voor met een grapje en hij gaat op zijn hurken zitten om een hand te geven. Net een gewoon mens. Alleen ja, wel met zo’n witte jas. Het kleine jong laat de uitgestoken hand van de kinderarts nog even zweven en ik zie zijn ogen afdwalen naar het kantoortje met de vreemde apparaten. Hij aarzelt. Ik heb hem thuis verteld dat de kinderarts alleen maar wil weten hoe het nu gaat, maar deze kamer boezemt geen vertrouwen in. Natuurlijk niet.


Door zijn ogen zie ik de film afspelen die in zijn hoofd moet draaien. Ik ken die film goed. Over dat jongetje dat een chocolaatje met hazelnoten at en daarna in een gillende ambulance naar het ziekhuis moest, zonder mama er naast. Extra indruk maakten de scènes met de prikjes, draadjes, de zuurstofpomp en de piepende monitoren. Precies zulke monitoren als die óók daar in dat kamertje staan. Het was geen leuke film. Behalve dan dat stukje waarin hij in het grote bed mocht en zijn mama op het mini-bedje daarnaast moest slapen. Dat was wel grappig.


Na een klein poosje besluit het dappere ding blijkbaar toch dat de dokter te vertrouwen is. Het handje dat hij teruggeeft is slap, maar zijn stappen zijn kordaat. Hij marcheert het kamertje in, schuift resoluut een stoel achteruit en gaat zitten met zijn armen over elkaar. Mama en de kinderarts kletsen wat, over hoe het nu gaat met die notenallergie en of hij er het afgelopen jaar nog vaak last van heeft gehad. Het jongetje volgt het gesprek nauwlettend. Af en toe krijgt hij ook een vraag. Die beantwoordt hij dan heel ernstig, met veel handgebaren, alsof hij de over elkaar buitelende gedachten probeert zo in de juiste volgorde te zetten.


Een klein steekje treft me. Hij doet zijn best om een ‘grote jongen’ te zijn, om niet te laten zien hoe spannend hij dit vindt. Ik zou het zo begrijpen als hij ter plekke in een stortvloed van bange tranen uit zou barsten, al was het alleen maar om de herinnering aan vorig jaar, maar hij houdt zich groot. Heb ik hem dat geleerd? Dat hij niet huilen mag, maar flink moet zijn? Nee toch… Ik probeer voor te leven dat alles er mag zijn, dat er plek is voor elke emotie. Tegelijkertijd probeer ik hem ook te leren over doorzetten, over nog een keer proberen en over niet vooraf al beslissen dat je iets toch wel stom of vies of moeilijk vindt. Jongetje heeft duidelijk gekozen welke les hij vandaag gaat oefenen.



‘Zal ik je eens laten zien wat ik hier heb?’ vraagt de kinderarts, terwijl hij de stethoscoop van zijn nek haalt.

‘Weet ik allang. Een telescoop,’ poneert de bijdehante peuter stellig.

‘Precies. Een telescoop,’ zegt de arts. ‘Veel te moeilijk woord. Maar dat doen artsen altijd, moeilijke woorden gebruiken voor makkelijke dingen. Ik weet er nog één: auscultatie. Ook al zo ingewikkeld! Maar het betekent gewoon: ik ga even naar je adem luisteren met dit luisterding. Heb jij toevallig ook een buik meegenomen van huis?’

Wat een held, deze man. Hij weet precies hoe hij mijn kind moet aanspreken. Het giechelen om dit doktersgrapje brengt wat meer ontspanning in de kamer. Mijn jongetje trekt met een ondeugende blik zijn shirt omhoog en haalt een diepe, pieperige adem. Je hebt er geen telescoop voor nodig om te horen dat hij ook benauwd is zonder nootjes.


‘Het lijkt erop dat hij naast zijn allergie ook een astmacomponent heeft,’ richt de arts zich tot mij. ‘Die twee zijn vaak aan elkaar verwant.’ Hij draait op zijn zwarte doktersstoel weer terug naar de patiënt.

‘Zou je het fijn vinden als je wat minder benauwd was?’

Jongetje knikt.

‘Daar weet ik wel wat op. Moet je kijken.’

Uit een lade van het saaie, zandkleurige bureau tovert hij een prachtig apparaat tevoorschijn.

De ogen van mijn kind worden groot. Dit ding kent hij wel uit de stoere verhalen van zijn grote broer!

‘Een gaskermasker!’, roept hij vol ontzag.

Voor het eerst zie ik de kinderarts even grinniken. ‘Juist. Een soort van gaskermasker. Dit kapje zetten we op je mond en je neus en dan spuiten we er een pufje in. Dan kun je daarna weer fijn ademhalen.’


Als we de kamer uitlopen, is mijn kuiken twee maten groter dan toen hij binnenging. Hij is gehoord en serieus genomen en mag bovendien voortaan pufjes uit een futuristisch ruimtemasker. Vet.

‘Tot volgend jaar!’, zegt de arts vanuit de deuropening.

Jongetje antwoordt met een high five.

Zijn vertrouwen is hersteld.

 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven
Suja prikkeltje

Terwijl ik op mijn rug in het gras lig, één kind precies passend in de holte van elke arm, kriebelt er een beestje op mijn gezicht. Of...

 
 
 

Opmerkingen


nestverhalen

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe blogs?
 
bottom of page