top of page

blogs

Zoeken

Het grote bed

  • Foto van schrijver: Elske-Marije
    Elske-Marije
  • 29 mei 2018
  • 3 minuten om te lezen

Sinds de komst van de kinderen bestaat er in huis niet meer zoiets als een heiligdom. Niet meer iets wat echt volledig van mezelf is, geen kind-vrije plek om tot rust te komen, zelfs geen plek om iets te bewaren zonder dat er kinderen bij kunnen of op zijn minst vragen: ‘Wat zit daarin? Waar is het voor? Mag ik ermee spelen? Waarom niet? Morgen dan? Maar mag het nou?’

Ooit was het hele huis zo’n heiligdom. Nou goed, bezoek ontvang je er wel, maar doorgaans in de huiskamer en de keuken. Tuin bij mooi weer, wc uiteraard en de hal om de jassen op te hangen. In het uitzonderlijke geval van logees offerden we daar (met liefde uiteraard) ook nog een extra kamertje en de badkamer voor op voor een paar nachten. Maar écht heilig was toch wel onze slaapkamer. Daar kwam niemand, behalve wij, en pas nu dat niet meer zo is, realiseer ik me hoe heerlijk dat eigenlijk was.


Misschien moet ik er voor de eerlijkheid ook even bij vermelden hoezeer ik op mijn nachtrust gesteld ben. Mijn bed is mijn favoriete meubelstuk in het huis, zo zacht en zo warm… En het gevoel van in slaap vallen vind ik horen bij de fijnste dingen op aarde.

Daar staat tegenover: gestoord worden in mijn slaap (of erger nog: op dat moment waarop je je nog nèt realiseert dat je heerlijk warm en rozig aan het wegzakken bent in een weldadige slaap) vind ik vreselijk. Degene die daarvoor verantwoordelijk is, begaat wat mij betreft een onvergeeflijke zonde.

Volgens die definitie zijn mijn kinderen al verdoemd. Tel daarbij op nog

1. Het aantal keren dat ze me ’s nachts uit bed huilden om een voeding, boze droom, zere duim, nat bed, schrik van onweer, kots, ‘ik kan niet slapen’, koorts of ‘mijn knuffel is bang’,

2. De dagen waarop ze vèr voor het bereiken van een enigszins menselijk tijdstip om op te staan besloten dat het tijd was voor feest,

3. Alle keren waarop mijn heerlijke bed ontheiligd was door zand, spuug, lego, autootjes of een daadwerkelijk kind zelf,

dan is het toch een godswonder dat ik het hele stel nooit bij het grofvuil heb gezet.


Blijkbaar gelden er voor hen toch andere regels. Ik kan er nog steeds slecht tegen als er iemand tussen mij en mijn bed/nachtrust probeert te komen, maar de ochtenden -zèlfs die ‘toch-niet-nu-al?-Het-is-nog-donker!’-ochtenden, die maken het goed. Het is waar, sinds een jaar of zes heeft morgenstond goud in de mond. De goudharige koppies van mijn kroost welteverstaan, vers ontwaakt en piekend in alle windrichtingen. Zij brengen mij de eerste enthousiaste ‘MAMA!’ en dikke glimlach van de dag. Ik wil antwoorden met ‘monster, dit zijn toch geen tijden?’, maar het klinkt meer als ‘Goeiemorgen moppie, lekker geslapen?’. Zelfs mijn gebroken-slaap-chagrijn kan niet op tegen de verse zin in de dag van die twee jongetjes… 's Ochtends op het grote bed van papa en mama is het altijd vrede. Ik zing half-slaperig liedjes voor een heel wakker meisje. Het kleinste jongetje prikt met zijn vingertje in mijn oog. ‘Oog dicht’ kwaakt hij. Die grote rooie verzint ter plekke een stoer avontuur waarover hij gedroomd zou hebben. Daarna stoeien ze samen in de dekens en kussens.

En ik? Er is geen plek en geen moment waarop ik vaker denk: ‘Allemachtig, wat mooi. Wat ben ik RIJK,’ dan ’s ochtends in het Grote Bed.


 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven

Opmerkingen


nestverhalen

Wil je op de hoogte gehouden worden van nieuwe blogs?
 
bottom of page