Tosti
- Elske-Marije

- 22 mei 2018
- 3 minuten om te lezen
Het was nog voor het middaguur toen ik snikkend de papa op zijn werk belde om te vragen of hij me alsjeblieft ALSJEBLIEFT een half uurtje wilde helpen met opvoeden. Een noodgreep en een dieptepunt, want allemachtig, ik wist écht niet meer hoe ik het briesende jongetje, dat zo te horen boven zijn kamer woest aan het herinrichten was, kalmeren moest. Zelf was ik inmiddels aanbeland op het punt dat ik al mijn zelfbeheersing moest aanwenden om niet heel hard 'LAAT ME MET RUST' en 'HOU OP!' te schreeuwen. Of beter nog: toe te geven aan net zo'n driftbui als mijn kleuter, die zich dan zonder gêne en met veel gevoel voor drama ter aarde stort, luid 'IK WIL NIE-HIET!' brullend. Dat wilde ik doen ja. Zoals ik zei, een dieptepunt.
Er zat niet anders op dan mijn laatste beetje trots door het putje te spoelen en huilend mijn lief om hulp te vragen. Ongetwijfeld schoten hem eerst allerlei rampscenario's door het hoofd bij het horen van mijn gesnotter, maar toen hij begreep dat we allemaal nog steeds kerngezond en springlevend waren, haalde hij opgelucht adem. 'Pfoe. Het is maar een opvoedcrisis.'
'Oh, gelukkig zeg,' reageerde zijn collega. 'Ik dacht al dat jullie het perfecte gezinnetje waren, dat jullie altijd alles onder controle hadden.' Ik begreep niet hoe ze het zelfs maar kon dènken. Wij? Perfect? Controle? Verre van.
Vroeger, toen de ochtenden nog voor uitslapen waren en mijn kleren vrij van snot en kwijl, was ik blijkbaar naïef genoeg om te denken dat goede moeders toch zeker zo verstandig en volwassen zijn dat ze niet meer toegeven aan hun eigen zwaktes. Je wilt tenslotte het beste voor je bloedjes, jij moet ze het goede voorbeeld geven en dus zet je je simpelweg over triviale zaken als je eigen ongeduld, je ochtendhumeur of je gebrek aan huishoudtalent heen. Sorry, SORRY, moeders die ik met die gedachte tekort heb gedaan. (Sorry mam)
Ik weet nu dat 'het beste voor je kinderen' harder werken is dan dat.
Elke dag doe ik mijn best om, naast de drie dropjes, ook mezelf verder op te voeden. Ik ben mijn eigen vierde kind. Ik heb er na zes jaar moederschap nog altijd mijn handen vol aan om niet toe te geven aan de grandioze pestbui die zich aan me opdringt als ik wakker gemaakt word voor 6 uur 's ochtends. Zeven uur als ik eerlijk ben. Vooruit, 8 uur. In elk geval verdienen die mopjes met niets dan levenslust en zin in de dag mijn chagrijn niet. Ook mijn persoonlijke voorkeur voor een flexibele dagindeling probeer ik omwille van mijn nageslacht om te vormen naar Rust-Reinheid-Regelmaat. Onnodig te zeggen dat ik, ondanks de dagelijkse pogingen, lang niet altijd slaag. De supermoeder die met haar fashionable kanten capeje door het huis vliegt en met een permanente lach op haar onberispelijk gestifte lippen alle bordjes eenvoudig hoog houdt bestaat niet. Ook zij laat er dagelijks ongetwijfeld een paar kapot lazeren. Ik wel, in elk geval.
Vandaag was het complete servies gesneuveld. Supermoeder was in geen velden of wegen te bekennen. Gelukkig is papa de rust zelve en hij wist onze storm wat tot bedaren te brengen voor hij weer terug moest naar zijn werk., maar de dag was niet meer te redden. Ik heb oprecht geprobeerd er nog wat van te maken: samen naar de speeltuin, boekjes lezen, ijsje halen, maar het mocht niet baten. Alles was aanleiding tot gemopper, tranen, lelijke woorden en strijd. Tegen etenstijd heb ik het opgegeven. De jongens waren tegen die tijd een speelgoedpop grof aan het mishandelen door er met een graafmachine op te slaan en te proberen hem op het dakje van de schuur te gooien. Ik had geen energie meer om er iets van te zeggen. En ik had al helemaal geen zin in de onvermijdelijke strijd die we zouden krijgen over de soep die ik bedacht had te maken. In plaats daarvan maakte ik een bordje met groente om op te knagen en een tosti, die gelukkig onder luid gejuich ontvangen werd. Niet bepaald, een uitgebalanceerd avondmaal, maar hey, vrede is ook wat waard.
Gepieker en enige schaamte hebben mij nog lang wakker gehouden, maar ik troost mij met de gedachte dat deze dag op de ukjes niet half zo veel indruk heeft gemaakt als op mij. Als je ze er morgen naar vraagt, zullen ze zich vooral de dag herinneren dat ze de pop op het dak gooiden en een tosti kregen voor het avondeten. Als ze zeventien zijn en met hun eerste vriendinnetje jeugdherinneringen uitwisselen, zullen ze zeggen: 'Mijn moeder maakte wel eens gekke tosti's voor het avondeten, een poppetje met komkommerogen en paprikahaar. Die durfden we dan niet op te eten, want dat vonden we zielig.'
Pas als ze zelf kinderen hebben en niet meer geloven in Supermoeder, zullen ze beseffen dat de dinertosti zoveel betekende als 'Ik geef het op voor vandaag, maar ik hou wel van je.'
Dat hoop ik dan.



Opmerkingen